Prsentation vido de cette section
Waldemar Kamer
Waldemar Kamer
Deutsch - English - Français - Italiano - Nederlands

Boeken

Onder de daken van Parijs - ontmoetingen

Sous les toits de Paris - rencontres


Waldemar Kamer heeft in twintig jaar tijd diep achter de façade van de ‘ville lumière’ kunnen kijken. Hij stond als achttienjarige student met zijn koffer op het Gare du Nord en kende slechts één persoon in Parijs die hem de volgende morgen al op straat zette. Toen moest hij als au pair-jongen in een garage slapen – ook een dak van Parijs.

Zo begon zijn verovering van de lichtstad, waarbij hij zeer verschillende mensen heeft ontmoet. De reeks rencontres begint met een vermogende adellijke weduwe die hem een ‘chambre de bonne’ verhuurt. Het statige pand heeft uitzicht op de tuinen van de premier van Frankrijk, maar hij mag het huis slechts via de dienstbodeningang betreden. In een onderaardse gang en in de kamers onder het dak ontmoet hij de conciërge, de dienstbodes en vele mensen die in Parijs hun geluk zoeken: een jongen op een kokschool, een beginnende mode-ontwerper, een taxichauffeur, een prostitué – allen amper twintig jaar oud.

In ieder hoofdstuk komt een andere persoon of groep aan bod: de studenten aan Sorbonne, de acteurs op een toneelschool, de leden van een theatercompagnie, twee clochards in de metro, meerdere marktverkopers, zijn oude buurvrouw, een Russische zangeres, een mysterieuze dame met een bontcape, een flamboyante graaf, een prins en vele kunstenaars en bohémiens. Ondertussen is de auteur in Parijs ‘opgestegen’, heeft zijn kamer onder het dak verlaten en komt als journalist en operaregisseur langs de grote deur in dezelfde huizen terug die hij vroeger slechts via de kelder mocht betreden. Maar nog steeds weet hij achter de façade te kijken: hij ziet de middelmatigheid van de ministers die hij interviewt en de ontevredenheid van prinsen die grote recepties geven.

Ook bij bejubelde ‘sterren’ vind hij eenzaamheid: Arletty is oud en blind en hij draagt haar gedichten per telefoon voor, Marlene Dietrich schrijft hem een van haar laatste brieven en Rudolf Noureev vraagt hem een tekst van Goethe voor te lezen op zijn begrafenis...

Sous  les toits de Paris





- Om het hele manuscript te ontvangen : aan W.K. schrijven

Dit boek werd geschreven op verzoek van een Nederlandse uitgever. De dag nadat hij het manuscript ontving, vroeg hij W.K. een vervolgboek te schrijven. Maar de uitgeverij werd opgekocht door een grotere, die alle lopende projecten annuleerde. Als u, waarde lezer van deze site, een uitgever kent die geïnteresseerd zou kunnen zijn in het manuscript, wilt u hem dan a.u.b. een link naar deze pagina sturen? Dank u!

Een Familiekroniek

Une chronique familiale

Geïllustreerde Personenlijst - Inhoudsopgave

Zoals vele kinderen en kleinkinderen van vluchtelingen, is W.K. opgegroeid met verhalen over een verre wereld, ten oosten van het “ijzeren gordijn”, die zijn familie moest verlaten in de dramatische omstandigheden van 1945. Zijn grootmoeder is op haar manier steeds in die wereld blijven leven. Haar huis, dat door honderden met zwart/wit foto’s “bewoond” werd, had de sfeer van een mausoleum met als “altaar” een kast waarin zij de familiedocumenten bewaarde. Vanaf het moment dat W.K. deze kast mocht openen en de dagboeken van de vader van zijn grootmoeder in handen had, de brieven van haar echtgenoot en allerlei herinneringen aan hun overleden oudste zoon, hebben deze documenten steeds meer plaats in zijn leven ingenomen. Op mysterieuze wijze komen er ieder jaar weer nieuwe bij. Al bijna dertig jaar werkt W.K. aan een grote familiekroniek. Enerzijds om de documenten te “redden” (ze zijn in “Gotische” handschrift onleesbaar voor mensen van zijn generatie), maar vooral om die verloren wereld opnieuw te reconstrueren, alsof hij de stukjes van een oude vergeelde foto, die lang geleden verscheurd werd, één voor één weer aan elkaar zou lijmen. Het is veel meer dan alleen schrijven, W.K. doet wat zijn grootmoeder – al lang geleden gestorven – tijdens haar leven niet heeft kunnen doen: hij “repareert” iets... 

Chronique familiale



In een artikel verduidelijkt W.K. zijn motieven
om deze kroniek te schrijven.


Het artikel lezen
Geïllustreerde Personenlijst (in het Nederlands)
Inhoudsopgave en Proloog (van Deel I, in het Duits)

Deel I (1850-1915) werd in 2009 voltooid  (1.000 pagina’s)
Deel II (Gisela 1911-1937) wordt voor 2011 aangekondigd (1.000 pagina’s)
Deel III (Interviews en Aanhang) wordt voor 2012 aangekondigd (1.000 pagina’s)

Een short story

Une courte nouvelle

Om deze boekenpagina, die hoofdzakelijk uit Links naar boeken bestaat, met een beetje literatuur te laten eindigen, een van de eerste teksten die W.K. in 1984 gepubliceerd heeft, een short story:

for B.

You were standing there, the lake was shimmering, it was freezing, a few hours before dawn. A cold breeze was blowing over the water and caressing your hair. Everything was glittering; the landscape was covered with diamonds, just as if the stars had come down from the sky to join us in these beautiful moments…

The world had been like this two days before. Now we were riding through the forest; you on a black horse, a shadow gliding, flying over the landscape; I on a little white Arab, nervously trotting behind you. Calm reigned over the dark long silhouettes of these big old cathedral-like trees and peace was all around us and in us. We hadn’t seen a soul for two hours and were on our way back. Like two proud eagles our horses were bending their necks and their eyes pointed intently towards our goal – home.

You were galloping in front of me. I still see the wood, but then suddenly nothing; my mind blanks it out. I vaguely recognize your face between the leaves on the ground, lightened by the moon and a black shadow running away. The powerful horse was returning home - alone. As I lifted you from the ground you started screaming. You continued while I was carrying you to the next house, the next light. They were just a kilometer away: light, warmth, hope. But in us were only fear, blood and pain. This contrast was so strong: the peaceful landscape which continued to bathe silently in the cool moonlight, while warm blood was running out of your ear on my face. Darkness was coming over us…

Ambulance, a siren yelling just above our heads, panic in the eyes of the doctor, white hospital-doors - and fear that stabs you like ice peaks. Your heart making little waves on a screen. Little green waves: the ripple of your life. Once a stone had been thrown into a lake and small waves kept on coming to the shore. A storm came. The waves grew huge and threatening, silences grew in between them and then suddenly nothing, “le vide”. The lake was cold, the castle was abandoned, the dream was over. Where were you? Where was I?

I was standing there at the foot of your bed, being aggressed by cold white walls, cold white shirts and cold white hospital faces… And you?

I went to see you often. A smile in your eyes, a little smile on your lips while you were besieged by instruments, bandages and drips. Blood crusts on your blue operation shirt – signs of life are always beautiful. Even though deformed by this accident, you were never so beautiful. Because you returned to life after our hearts had stopped beating for an instant. Now things will never (exactly) be the same again.

W.K.
Brussels, January 1984