Présentation vidéo de cette section
Waldemar Kamer
Waldemar Kamer
Deutsch - English - Français - Italiano - Nederlands

Boeken

Lise Cristiani

Signature de Lise Cristiani

Au bout de quatre années de recherches en plusieurs pays, Waldemar Kamer publie la première biographie de la première violoncelliste professionnelle Lise Cristiani (1825–1853) pour son bicentenaire le 4 décembre 2025. Self-made-woman avant la lettre, Lise Cristiani a longtemps été un mythe pour les musiciens. Enfant illégitime du Faubourg Saint-Denis – comme W. K. l'a découvert – Lise est issue d'une famille recomposée d'artistes, les Barbier. Elle entre dans l'histoire comme la première femme à braver les conventions de son époque en montant sur une scène de concert avec un violoncelle et est la première musicienne occidentale à traverser la Sibérie jusqu'à la péninsule du Kamtchatka. Lise joue pour des rois et des princes comme pour des exilés politiques, des mineurs, des matelots et même pour des baleines. Première Violoncelliste du roi du Danemark, Offenbach lui dédie une Sérénade et Mendelssohn sa seule Romance sans paroles pour violoncelle ; en signe de reconnaissance, elle lui écrit un petit Andante. Partie à la conquête de l'extrême Sibérie, elle parcourt trente-six mille kilomètres souvent par -40°, recouvrant son Stradivarius (désormais Le Cristiani) d'une peau de loup. Vivant des aventures dignes de Michel Strogoff, passant par Kiev et Odessa, elle meurt du choléra dans le Caucase à 27 ans.

Lise Cristiani - couverture

Voir le livre
Paru en 2025 chez bleu nuit éditeur (Paris)

Lise Cristiani - site

Toutes les informations : lisecristiani.com


Achter de façades van Parijs - ontmoetingen met bijzondere mensen

Sous les toits de Paris - rencontres


Waldemar Kamer heeft in twintig jaar tijd diep achter de façade van de ‘ville lumière’ kunnen kijken. Hij stond als achttienjarige student met zijn koffer op het Gare du Nord en kende slechts één persoon in Parijs die hem de volgende morgen al op straat zette. Toen moest hij als au pair-jongen in een garage slapen – ook een dak van Parijs.

Zo begon zijn verovering van de lichtstad, waarbij hij zeer verschillende mensen heeft ontmoet. De reeks rencontres begint met een vermogende adellijke weduwe die hem een ‘chambre de bonne’ verhuurt. Het statige pand heeft uitzicht op de tuinen van de premier van Frankrijk, maar hij mag het huis slechts via de dienstbodeningang betreden. In een onderaardse gang en in de kamers onder het dak ontmoet hij de conciërge, de dienstbodes en vele mensen die in Parijs hun geluk zoeken: een jongen op een kokschool, een beginnende mode-ontwerper, een taxichauffeur, een prostitué – allen amper twintig jaar oud.

In ieder hoofdstuk komt een andere persoon of groep aan bod: de studenten aan Sorbonne, de acteurs op een toneelschool, de leden van een theatercompagnie, twee clochards in de metro, meerdere marktverkopers, zijn oude buurvrouw, een Russische zangeres, een mysterieuze dame met een bontcape, een flamboyante graaf, een prins en vele kunstenaars en bohémiens. Ondertussen is de auteur in Parijs ‘opgestegen’, heeft zijn kamer onder het dak verlaten en komt als journalist en operaregisseur langs de grote deur in dezelfde huizen terug die hij vroeger slechts via de kelder mocht betreden. Maar nog steeds weet hij achter de façade te kijken: hij ziet de middelmatigheid van de ministers die hij interviewt en de ontevredenheid van prinsen die grote recepties geven.

Ook bij bejubelde ‘sterren’ vind hij eenzaamheid: Arletty is oud en blind en hij draagt haar gedichten per telefoon voor, Marlene Dietrich schrijft hem een van haar laatste brieven en Rudolf Noureev vraagt hem een tekst van Goethe voor te lezen op zijn begrafenis...

Achter the facades van Parijs









Het boek bekijken
Verscheen in 2019 bij Uitgeverij Elmar

Een Familiekroniek

Une chronique familiale

Geïllustreerde Personenlijst - Inhoudsopgave

Zoals vele kinderen en kleinkinderen van vluchtelingen, is W.K. opgegroeid met verhalen over een verre wereld, ten oosten van het “ijzeren gordijn”, die zijn familie moest verlaten in de dramatische omstandigheden van 1945. Zijn grootmoeder is op haar manier steeds in die wereld blijven leven. Haar huis, dat door honderden met zwart/wit foto’s “bewoond” werd, had de sfeer van een mausoleum met als “altaar” een kast waarin zij de familiedocumenten bewaarde. Vanaf het moment dat W.K. deze kast mocht openen en de dagboeken van de vader van zijn grootmoeder in handen had, de brieven van haar echtgenoot en allerlei herinneringen aan hun overleden oudste zoon, hebben deze documenten steeds meer plaats in zijn leven ingenomen. Op mysterieuze wijze komen er ieder jaar weer nieuwe bij. Al bijna dertig jaar werkt W.K. aan een grote familiekroniek. Enerzijds om de documenten te “redden” (ze zijn in “Gotische” handschrift onleesbaar voor mensen van zijn generatie), maar vooral om die verloren wereld opnieuw te reconstrueren, alsof hij de stukjes van een oude vergeelde foto, die lang geleden verscheurd werd, één voor één weer aan elkaar zou lijmen. Het is veel meer dan alleen schrijven, W.K. doet wat zijn grootmoeder – al lang geleden gestorven – tijdens haar leven niet heeft kunnen doen: hij “repareert” iets... 

Chronique familiale



In een artikel verduidelijkt W.K. zijn motieven
om deze kroniek te schrijven.


Het artikel lezen
Geïllustreerde Personenlijst (in het Nederlands)
Inhoudsopgave en Proloog (van Deel I, in het Duits)

Deel I (1850-1915) werd in 2009 voltooid  (1.000 pagina’s)
Deel II (Gisela 1911-1937) wordt voor 2011 aangekondigd (1.000 pagina’s)
Deel III (Interviews en Aanhang) wordt voor 2012 aangekondigd (1.000 pagina’s)